Beste Jack,

waarom-wij-bestaanWaar ik in geloof? Waarom wij bestaan?
Ik zie het leven als een weg. Je hebt een hoofdweg, daar begin je en daar eindig je uiteindelijk op. Er zijn ook vele zijwegen, en bij elke keuze die je maakt, kun je een andere (zij)weg inslaan. Al die wegen liggen vast (dit noem ik het lot), maar je kunt zelf bepalen welke route je neemt (het toeval).

Ik wil namelijk geloven dat er een reden is voor alles wat er gebeurt, dat heb ik nodig om te geloven. Ik ben er zelfs van overtuigd dat mijn leven een reden heeft. Ik weet simpelweg nog niet wat die reden is, ik ben er nog niet klaar voor om dat te kunnen begrijpen.

Ik denk zelfs dat je meerdere levens hebt en dat je in ieder leven een les doormaakt, dat je in ieder leven iets leert wat je meer compleet maakt. Zo krijg je naar mate je meer levens hebt geleefd, meer kennis over het leven zelf en kom je pas niet meer op aarde terug als je ziel zijn taak heeft volbracht en alles heeft geleerd. Het is voor een ziel niet mogelijk om in een enkel leven alles tot zich te nemen, dus kom je meerdere keren terug. Ik denk daarbij niet dat je nog weet wie je was of wat je hebt gedaan, of je rijk of beroemd was, of je gevochten hebt in een oorlog. Zodra je op aarde komt vergeet je alles.

Hoe wil je anders verklaren dat jij en ik ons bezig houden met dit soort vragen, met wat het leven nu eigenlijk is, wat het lot is, toeval, het bestaan van een God? De meeste leeftijdsgenoten denken hier niet over na, sommige mensen zullen dit zich zelfs nooit afvragen in hun leven.
Ik denk dat die mensen daar dan nog niet aan toe zijn, dat je pas je lessen leert wanneer je daar aan toe bent. Je stelt de juiste vragen pas op het juiste moment.
Wie bepaalt dat alleen? Wie zorgt voor jouw lessen, wie beslist over het leven dat je leeft. Bepaal je dat dan ook niet zelf?

Ik vind het erg dat je het leven als een wereld vol duisternis ziet. Er is toch zoveel meer, de wereld is vol met mooie dingen, met zoveel bijzondere gebeurtenissen. Neem zoiets simpels als een zonsopgang. De wereld is zo mooi.

Mijn broer zag de wereld ook zoals jij hem ziet, hij zag de wereld als een plek waar mensen elkaar zonder reden pijn doen. Waar mensen elkaar kwetsen, zelfs zomaar dood kunnen schieten. Hij zag de wereld als een plek waar iedereen alleen maar aan zichzelf kan denken en de eenvoud en kracht niet wil zien.

Afgelopen zomer ging de bel midden in de nacht. De bel ging en de politie stond voor de deur. Ik was die nacht pas rond middernacht in slaap gevallen, het leek of ik pas kon slapen toen ik wist dat het was gebeurd.

De maandag daarvoor zat ik met mijn broer aan de keukentafel en hij vertelde mij dat hij de huur van zijn kamer had opgezegd en zijn spullen aan het inpakken was. Ik vroeg aan hem waar hij dan heen zou gaan, of hij weer thuis zou komen wonen. Nee, zei hij. Waar ga je dan heen, vroeg ik. Maar eigenlijk wist ik het al.

Ik weet niet waarom ik het wist. Ik weet niet waarom hij het aan mij heeft verteld. Ik denk omdat ik het begrijp. Ik begrijp hem. Ik heb niets meer gezegd, niet dat ik van hem houd, dat ik er altijd zou zijn voor hem. Ik heb niets gedaan om hem tegen te houden.
Tegen mijn moeder heb ik gezegd wat ik dacht dat er zou gaan gebeuren, en ze koos dit moment om mij te geloven. Misschien wist zij het ook, misschien voelde zij het ook aan. Ze is iedere dag koffie bij hem gaan drinken. Dan sprong ze op haar fiets en probeerde er nog wat van te maken. Ik kan mij niet voorstellen wat er in haar om moet zijn gegaan. Ik kan mij niet voorstellen wat voor verdriet zij moet hebben gevoeld. Ik was pas zestien, wat begreep ik er nu eigenlijk van.

Mijn broer heeft die week een hok gemaakt voor onze konijnen. Alles komt vast goed, denk je dan. Tot die laatste dag. Hij wilde niet blijven eten, hij wilde op een of andere manier mijn vader niet meer zien. En vlak voordat ik in slaap viel die laatste dag, stopte mijn muziekpopje ermee. Hoe hard ik er ook mee schudde en opnieuw aandraaide, er kwam geen geluid meer uit. Ik keek naar de tijd, het was vlak na middernacht, en ik wist het. Ik wist wat er net gebeurd was.

De bel ging midden in de nacht en mijn ouders hebben open gedaan. Samen met mijn zusje zat ik op de trap en we durfden niet naar beneden te gaan. Te bang om te horen wat de politiemannen aan de deur kwamen vertellen.
Opeens hoorde ik mijn moeder heel hard huilen, zo’n alles verscheurende kreet. Ik voelde haar schreeuw tot heel diep in mij. Ik voelde haar pijn, haar gigantische pijn.
Mijn zusje en ik gingen ieder in ons eigen bed liggen, maar natuurlijk kon ik niet meer slapen. Ik luisterde naar de geluiden van verdriet, ik luisterde naar de wereld die langzaam wakker werd en niets van dit alles wist.

In de loop van de dag stroomde ons huis vol familie. Iedereen wilde mijn ouders troosten en er voor hun zijn. Ik ging met mijn zusje naar de supermarkt omdat de melk op was. Ik liep door de supermarkt en ik weet nog dat ik letterlijk dacht, waarom weet niemand wat er gebeurd is. Waarom doet iedereen of er niets aan de hand is. Tot ik het opeens besefte. Niemand weet inderdaad iets, de wereld gaat gewoon door. Mijn wereld stond op zijn kop, mijn wereld was voor altijd veranderd, maar de rest van de wereld, alle andere mensen, gaan door alsof er niets veranderd is. Het leven gaat gewoon door. En ik? Ik voelde niets. Mijn tranen wilden niet komen. Maar binnenin? Binnenin leek het of mijn hart liet weten dat alles brak.

Weet je waarom ik dit geschreven heb, waarom ik je dit vertel? Omdat je dan misschien iets meer begrijpt van wat ik schrijf en wat ik bedoel, wat ik je duidelijk wil maken. Waarom ik zo denk als ik denk, waarom ik een reden wil hebben waarom wij bestaan.
Het is een overlevingsmechanisme, dat weet ik. Ik zie de dingen graag zoals ik dat wil zodat ik een eigen waarheid kan maken en het zien het bevestigt. Een monument op mijn gedachten, op mijn waarheid, die waarschijnlijk geen deel uitmaakt van de wereld zoals die zou moeten zijn.

Ik vergeet dat af en toe de zon iedere dag opkomt. Dat iedere avond als ik verdrietig naar bed ga, weet dat als ik opsta de wereld er nog steeds is en zo mooi is. Want er gebeuren zoveel mooie dingen, zoveel dingen die mij raken en verwarmen, zodat het een wereld vol licht wordt.

Is jouw glas halfvol of halfleeg? Die van mij is halfvol, ik wil alles positief blijven bekijken. Ondanks dat ik verdrietig ben. Ondanks de pijn. En ik blijf denken dat alles een reden heeft, dat mijn leven een doel heeft, dat alles een reden heeft, dat er een reden is waarom wij bestaan. Een reden die wij nu nog niet begrijpen, nog niet kunnen zien.

Ik wil niet geloven dat de enige reden dat wij bestaan is zodat we ons kunnen voortplanten. Je leeft niet zomaar. Je mag even meegenieten in deze wereld. Je leert een waardevolle les die je nog iets meer compleet maakt. Daar wil ik in geloven.

Ben ik te positief of misschien zelfs te naïef? Ik zie de wereld graag zonnig, want dat zorgt er voor dat je zelfs op een regenachtige dag een regenboog kunt zien.
Dat de wereld uit een gekleurde lijst bestaat, zodat alles wat er uit komt, gekleurd is, in plaats van zwart of wit. Als je de wereld zwart of wit ziet, geeft je dat zoveel beperkingen, en waarom zou de wereld zwart of wit moeten zijn. Waarom moet links of rechts bepalend zijn?

Ik vraag mij af of jij ook geen masker draagt. Zolang je maar vaag kunt doen, mensen kunt verbazen, ben je ze voor. Ze kijken dan niet meer naar je ik, naar je zijn, naar de persoon in jou. Ik denk dat je de personen om je heen een keer de kans moet geven zodat ze kunnen laten zien dat ze om jou geven.

Probeer eens wat meer open te zijn, sta open voor hoe andere mensen denken, probeer je in te leven hoe zij zich voelen, hoe zij de wereld ervaren en zien. Je zult daardoor bijzondere mensen ontmoeten, mensen die je kunnen laten huilen en kunnen laten lachen. En daar leef je voor, dat is je licht in je duisternis.

 

Let's talk!

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.