Beste Jack,

mijn broer is doodHet heeft even geduurd voordat ik je mail, ik weet het. Soms heb ik de tijd nodig om alles tot mij in te laten werken en na te denken, wat kan ik nu het beste mailen? Ik denk dat jij en ik de wereld zelfs al heel anders zien. Misschien zijn wij wel spiegelwaarden van elkaar.

Ik geloof niet in reïncarnatie in de zin dat je eeuwig terug blijft komen in een ander leven. Ik geloof wel in de ziel, dat wij in de kern bestaan uit iets groters, iets bijzonders. En wat er gebeurt als alles geleerd is, als alle stappen zijn genomen? Je ziel verdwijnt niet, de kern zoals jij het noemt, verdwijnt niet. Ik denk ook niet dat het versmelt met een eeuwig goddelijke. Voor mij zit het juist in de eenvoud, ik zie het als een soort van lichtje. Ken je die vuurvliegjes, kleine puntjes van licht? Iedere ziel is een vuurvliegje en samen zijn ze een grote bron van licht. Die bron van licht heeft geen voor ons aantoonbare functie, er is geen verklaring voor zijn bestaan, dat wil niet zeggen dat die er ook niet is. Liefde kun je bijvoorbeeld ook niet zien, niet meten.

Soms heb ik bijvoorbeeld een voorgevoel. Ken je dat? Een heel naar beklemmend voorgevoel, zo eentje waar je buik van samen trekt en je hart in je keel klopt. Een gevoel waarvan je maar een ding zeker weet, dit brengt niets goed, dit is slecht nieuws. Bereid je maar voor, want dit is erg. Zo’n gevoel heb ik al een paar keer gehad en ik heb nooit geweten wat ik er mee moest. Gaat er op kort termijn iets vervelends gebeuren, iets naar? Gaat er iemand dood? Die voorgevoelens maken mij vaak gek, ik kan het niet verklaren. Het is een allesoverheersende beklemmend gevoel, waarvan ik wil dat het weg gaat. Ik wil het niet weten. Want dan heb ik het gevoel alsof alle puzzelstukjes in elkaar aan het glijden zijn. Alsof er een vlinder heeft gevlogen. Weet je wat ik bedoel?

Zoals in de film Butterfly Effect wordt gezegd, zelfs het vliegen van een vlinder, kan een tornado aan de andere kant van de wereld veroorzaken. Zoiets kleins als een vlinder, waar je alleen de puurheid van ziet, zou zoiets groots kunnen veroorzaken. Zo voel ik mij dan, of er een vlinder heeft bewogen en alles al in werking is gesteld.

Of ik mijn broer van mening had willen laten veranderen? Ja, dat had ik gewild ja. Mijn moeder kwam altijd naar mij toe om te vragen wat ze het beste kon doen, hoe ze hem het beste kon helpen. Ik zou dat weten, want ik begreep hem. Hij vertelde mij dat hij ergens vandaan kwam en nooit geboren heeft willen worden, maar dat hij moest, hij had geen keuze. Maar de plek waar hij was… Hij vertelde dat die plek zo mooi was, dat hij het intense verlangen had om daar naar terug te gaan. Dus misschien is het ook wel egoïstisch van mij om hem dan hier te willen houden. Om hem tegen te houden. Daarom heb ik het dus ook niet gedaan denk ik.

Anderhalf jaar voordat hij dood ging had ik al een voorgevoel, dat naar mate de tijd verstreek alleen maar sterker werd. Net of mijn hart het al wist, al wist wat er ging gebeuren. Want soms ziet mijn hart de dingen eerder hoe ze gaan lopen, dan dat ik ze wil zien, of jij ze wilt zien. Soms weet ik al veel eerder wat er gaat gebeuren, nog vele momenten eerder dan dat het daadwerkelijk gebeurt. Ik denk altijd dat ik gek ben, dat ik dingen in mijn hoofd haal die er niet zijn. Intussen weet ik wel dat mijn hart het soms gewoon eerder ziet dan ik. Dat ik eerder aanvoel hoe iets gaat lopen. Dit wilde ik alleen niet zien, niet geloven. Ik maakte een gedichtje voor mijn broer, anderhalf jaar van tevoren dus, over hoe ik mij op dat moment zou gaan voelen.

ik mis
je gelach
je vriendelijk woord
zelfs je chagrijnige blik
ik mis je
jou alleen

elk ander gebaar
is overbodig
heeft geen zin

ik wil jou
jou alleen

Maar waarom dacht ik dat al anderhalf jaar van tevoren? Hoe komt het dat ik niets heb kunnen doen? Toen ik met hem aan de keukentafel zat, waarom heb ik toen niets gezegd? Was zijn mening echt zo vast? Wilde hij echt niet meer leven? Hoe verklaar je dat mijn muziekpopje precies op het moment stil is gaan staan toen hij dood is gegaan?

De kist stond in de woonkamer en het stonk echt verschrikkelijk naar de witte lelies die er naast stonden. Op de kist lagen wat knuffels en een bouwtekening van een huis. Meer was er niet, er zijn geen persoonlijke bezittingen van hem meer over. Hij heeft zijn dood tot in het kleinste detail voorbereid. De huur van zijn kamer was opgezegd, zijn telefoonrekening, alle meubels waren weg, alle kleren. Het enige wat nog in zijn kamer stond, was een doos met wat spulletjes van hem als kind.

Mijn jongste broer heeft verteld dat hij de kist heeft opengemaakt. De dicht getimmerde kist. Er zaten zakken in, zwarte vuilniszakken. Meer was er niet van mijn broer over. In de krant stond dat de machinist dacht dat het om een stuk staal ging en het treinverkeer uren vertraging heeft opgelopen. Aan de hand van vingerafdrukken is hij geïdentificeerd. Hoe het komt dat de politie zo snel al wist dat het mijn broer was? Het blijkt dat de voicemail van mijn broer zijn gegil was met het treingeluid er door heen. Een vriend die hem belde is meteen naar hem toe gereden en bij de blauwe zwaailichten gestopt.

Het lijkt een verhaal, een horrorverhaal dat helemaal niet waar kan zijn. Hoe kun je nu minutenlang op de treinrails liggen en niet de neiging hebben om weg te gaan. Hoe kun je minutenlang de trilling voelen en niet bang zijn? Voor hem was het klaar, hij wist het zo zeker dat hij kon blijven zitten op handen en knieën, wachtend op zijn verlossing. Wachtend op het moment dat het klaar was en hij eindelijk terug mocht. Hij wilde niet geboren worden, maar moest en is altijd blijven verlangen naar daar waar hij vandaan kwam. Vijfentwintig jaar was hij. Nog een paar jaar en dan ben ik ook zo oud.
Met mijn zusje moest ik mee naar een dierentuin met mijn vader, dan kon de rest de uitvaart voorbereiden. Wij waren nog te jong om mee te praten, om iets te vinden of te willen. Maar zestien jaar voelde opeens helemaal niet meer zo jong.

De dag van de begrafenis had ik een zwart jurkje aan, want zo hoort dat. Die dag gingen eindelijk ook die stinkende bloemen uit het huis. Ik moest van een tante bij de kist gaan kijken, anders zou ik daar spijt van krijgen. Net of het zien van de kist voor enige vorm van afscheid zorgt.
De kerk zat vol, de kerk zat echt helemaal vol. Ik wist niet dat mijn broer zoveel mensen kende, maar misschien zijn al die mensen ook wel voor ons gekomen. Om ons te steunen, om ons te laten weten dat ze er niets aan kunnen veranderen, maar dat ze er voor ons zijn.

 

Let's talk!

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.